Mathias de Wolf gaf België een minimale voorsprong, maar Kevin Bukusu maakt namens onze
oosterburen al snel gelijk. Het rood-zwart-groen is verdedigd door twintig Belgen, maar na de
komst van Bukusu ook door twintig Duitsers. Met mogelijk broer Herdi in aantocht, blijft het
wellicht niet bij twintig Duitsers. Maar wie waren de voorgangers van Bukusu? Een reis langs
publiekslievelingen, beroepsalcoholisten en een footbonaut-specialist. ForzaNEC rangschikt ze
van matig naar succesvol.

4. Marcel Appiah
Zeker niet de beste voetballer van deze lijst, maar wel een van de meest populaire. Marcel Appiah
was als rechtsback ongepolijst met een gezonde drang naar voren. Op basis van zijn
voetbalkwaliteiten had hij nooit zo hoog in deze lijst geëindigd, maar als het Appiahjeeeeej-
Appiahjoooooh van de tribunes daalde, snelde hij immer naar voren. Kwam in twee seizoenen tot
ruim vijftig wedstrijden in het rood-groen-zwart.

3. Jürgen Jendrossek
69 wedstrijden en dat hadden er veel meer moeten zijn. De eigenzinnige buitenspeler kwam na
bijna twee seizoenen in conflict met de legendarische Wiel Coerver. Met sensationeel spel wist hij
menig verdediging tot wanhoop te drijven, maar hij botste ook vaak met de trainersstaf die hem
een gebrekkige mentaliteit verweet. Het bestuur moest meermaals interveniëren om de aanvaller
weer in het gareel te krijgen. Ondanks 25 goals in de Eredivisie werd hij verkocht aan Arminia
Bielefeld.

2. Jörg Sobiech
Misschien wel een van de beste backs die NEC ooit gekend heeft. De linkspoot doorliep de
jeugdopleiding van Schalke 04. Viel op door zijn arbeidsethos, rushes en enorme kracht. Verruilde
NEC voor FC Twente en werd daar uiteindelijk ontslagen. Sobiech werkte op het veld hard, maar
ging daarbuiten nog harder. Naar verluidt een alcohol- en cocaïneverslaving zorgden voor een
gebroken voetballoopbaan. Zelfs Andy van der Meijde, zelf niet vies van een feestje, noemt Sobiech in
zijn biografie ‘die gekke Duiter’.
1. Herbert Bönnen
Speelde 127 wedstrijden en is daarmee na Babos en Cruden de buitenlander met de meeste
wedstrijden voor NEC. Bönnen zei al op jonge leeftijd het profvoetbal vaarwel en vertrok als
semi-prof naar Alkmaar ’54. Voorzitter Verbeek zag Bönnen twee keer scoren tegen NEC en wist
genoeg. Met een appartementje in Nijmegen-centrum, zijn schoonzus op reisafstand en de
beschikbaarheid van Duitse televisiezenders wist Verbeek hem te strikken. Mede-spelers als Nico
de Bree en Jan Remmers zijn nog steeds lyrisch in het jubileumboek Hillemuil NECs als het over
een oud-teamgenoot gaat. Door een slechte knie bleef het bij ‘slechts’ 127 wedstrijden. Na zijn
carrière ziet hij nauwelijks nog voetbal. De liefhebber vindt het te moeilijk om zijn spelletje te zien,
zonder dat hij het zelf nog kan spelen.

Foto’s: Rob Koppers