Over de twee grootste talenten bij NEC hoeft geen twijfel te bestaan. Kodai Sano (21 jaar) en Robin Roefs (22 jaar) waren gedurende het hele seizoen de belangrijkste gegadigden voor de prijs van Speler van het Jaar. Deze gaat dit seizoen naar de Japanse middenvelder, die daarmee achtereenvolgens Philippe Sandler, Jasper Cillessen en Mattijs Branderhorst opvolgt.
Na Edgar Barreto in het promotiejaar in Sano dus de eerste Speler van het Jaar in vier jaar die geen (doel)verdediger is. Zijn voornaamste concurrent is dat wel: Roefs kende een uitstekend debuutseizoen als eerste doelman en eindigt met een gemiddelde van een 6,22 nipt onder Sano (6,24), die zijn doelman op de laatste speelronde nog passeerde. Sano kwam precies in tweederde van de wedstrijden tot minstens zestig minuten. Met Sano had NEC dit seizoen een winstpercentage van 44 procent, zonder Sano slechts 11 procent. Alleen van FC Utrecht werd gewonnen in de negen wedstrijden die hij niet meedeed. Roefs miste slechts twee wedstrijden, in het begin van het seizoen. Hij kwam in de resterende 32 wedstrijden tot tien clean sheets. De derde plek wordt gedeeld door verdedigers en goede vrienden Calvin Verdonk en vorige winnaar Sandler, beide met een 6,11.
Veel goals, lager cijfer
Onderaan de lijst staan Koki Ogawa, Sami Ouaissa en Vito van Crooij, die niet veel hoger dan een 5,5 scoren. Toch kunnen zij prima cijfers overleggen. Ogawa en Ouaissa waren bij acht doelpunten betrokken (beide zeven goals, één assist) en Van Crooij zelfs bij zestien doelpunten (negen goals, zeven assists). Toch was Van Crooij buiten zijn goals om in veel wedstrijden vaak onzichtbaar. Zelf zei Van Crooij daar tegen VI over: “Ik speel liever slecht met goede statistieken, dan dat ik goed speel en nooit een goal maak.” Ouaissa heeft zijn cijfer in de laatste weken wat opgekrikt, terwijl Ogawa juist wat is afgezakt in de tweede seizoenshelft. Beide speelden ze enkele wedstrijden uitstekend, maar waren er veel wedstrijden waarin er weinig gebeurde in de voorste linie.
Sowieso ligt het gemiddelde bij de meeste spelers aan de lage kant. Ter vergelijking: vorig jaar lag het gemiddelde cijfer bij achttien spelers op een 6,0 of hoger. Dit seizoen is dat slechts het geval bij zeven spelers, onder meer bij Stijn van Gassel en Bart van Rooij, die beide slechts twee wedstrijden speelde. Dat komt vooral door een groot aantal nederlagen tegen laag gerangschikte ploegen. Verliespartijen tegen NAC Breda, Almere City, Willem II, FC Groningen en Sparta zorgden allemaal voor flinke onvoldoendes.
De grootste afgang is er helemaal eentje om snel te vergeten: tegen Go Ahead Eagles werd met 0-5 verloren en lag het gemiddelde wedstrijdcijfer op een 3,4. De 2,5 die Bram Nuytinck en Brayann Pereira toen ontvingen, waren de laagste cijfers die er dit seizoen uitgedeeld zijn. De beste wedstrijd van het seizoen speelde NEC in speelronde 11 tegen FC Groningen. De 6-0 uitslag loog er niet om en ook het gemiddelde wedstrijdcijfer van 7,54 niet. De andere twee wedstrijden die een 7 of hoger scoorden, waren de recente 0-3 zege op Ajax en de 0-3 overwinning op Fortuna Sittard in het begin van het seizoen.
Tekst gaat verder onder afbeelding

Tegenvallers
Met de ontwikkeling van Proper is iets geks aan de hand. Sinds de promotie stond hij standaard in de top van het klassement, met constante optredens (6,38 – 6,36 – 6,39). Dit seizoen worstelt hij met zijn vorm en heeft hij bovendien veel pech gehad met blessures, waardoor zijn gemiddelde cijfer is gekelderd naar een 5,64, waarmee hij richting de kelder van het klassement gaat. Drie spelers hebben gemiddeld een onvoldoende. De in de winter verhuurde Rober González sluit de rij met een 5,29 uit veertien wedstrijden, ook de afzwaaiende Lasse Schöne (5,33), heeft als basisspeler weinig indruk meer gemaakt. Lefteris Lyratzis zal terugkeren naar Griekenland en met een 5,38 gemiddeld lijkt het er niet op dat NEC-fans daar rouwig om moeten zijn.




