LOG HIER IN MET JE FACEBOOK ACCOUNT

05-09-2020 13:15 UUR Door: Chiron Rengers

Tikkie-Takka #5: Terugkerende helden, een feest?!


In Tikkie-Takka schrijven Dirk en Chiron elkaar wekelijks over hun liefde voor Nijmegen, NEC en alles daaromheen. Met een vrolijke noot en sarcastische blik sparen ze niemand, laat staan elkaar. Ze delen één gevoel: zelfs vier jaar ploeteren in Eerste Divisie is geen reden om niet meer van het rood-groen-zwart te houden.

 

Dirk, wat een heerlijk petje zeg!

 

Zo zie je maar weer dat we in dezelfde tijd bij NEC terecht zijn gekomen. Ik had exact hetzelfde petje. Eentje in het rood, eentje in het groen. Hingen allebei aan zo’n plafondlamp met drie spotjes. Die lamp heeft de tand des tijds maar net doorstaan. Aan het derde spotje hing een zwart petje met in rode letters Yakumo erop. Geen idee toen wat Yakumo was. Maar het stond op het shirt van mijn helden, dus was ik er ook fan van. Klein tipje, mocht je ooit nog zo’n lamp op de kop weten te tikken: hang er dan geen petjes aan met zo’n plastic sluiting met van die bolletjes en gaatjes. Half Grootstal is ontsnapt aan een mega-brand doordat alles zo rood-groen-zwart mogelijk moest zijn. Gelukkig ruik je smeulend plastic vrij snel, ik denk dat de brandplekjes nog wel in de vloerbedekking van mijn oude slaapkamer te zien zijn.

 

 

Grootstal, wijk van mijn latere jeugd. De eerste elf jaar woonde ik namelijk in Weurt, waar NEC in de zomer vaak trainde. Maar Grootstal dus. De plek waar één van mijn jeugdhelden gewoon aan mijn deur stond. Hoe dat kwam? Dat heeft te maken met mijn moeder. Waar jouw moeder je met gezonde tegenzin onbedoeld meenam naar de plek van jouw dromen, was mijn moeder dé reden achter die ene liefde die je niet kan bedriegen. Of zoals Eric Cantona het zei: “you can change your wife, your politics, your religion, but never, never can you change your favourite football team.” Want of je nu in Utrecht, Guanajuato of Nijmegen woont: eens voor NEC, altijd voor NEC.

 

Terug naar mijn moeder, want zij had één favoriet. En zoals dat gaat bij  een verdwenen computermerk op een voetbalshirt, zo gaat dat ook bij het lievelingetje van je moeder: haar favoriet, dat is de mijne. Anton Janssen. Frêle linkspoot, schoot NEC in minuut 90 definitief langs het grote Ajax dat net twee CL-finales had gespeeld, maar Anton was bovenal mijn penvriend. In die tijd kon je gewoon een brief schrijven naar Stadionplein 1 en kreeg je nog antwoord ook. Al die brieven heb ik bewaard in van die zelfgemaakte plakboeken, met zoveel mogelijk krantenknipsels erin. Als rode kers op een groen-zwarte taart beloofde hij mij zijn wedstrijdshirt. Op een avond kwam ik thuis van mijn eigen voetbaltraining bij SV Hatert, in de tijd voor mobiele telefoontjes en stond mijn moeder te stralen: Anton Janssen was langsgekomen en had zijn shirt afgegeven. Bij mij thuis! In Grootstal! En ik was er niet! Alsof Jezus uit zijn grot komt met Pasen en jij een weekendje op citytrip bent naar Almere.

 

 

Maar goed, wat me triggerde in je verhaal was de optie van het terughalen van Carlos Aalbers. Ook al was het maar om die pennenstreek van BIC op een legendarisch petje. Want weet je wie we ook hebben teruggehaald? Anton Janssen. Dat was voor mij een van de zwartste jaren in onze clubgeschiedenis. Oók door de latere degradatie, maar ook omdat ik mijn jeugdheld ten onder zag gaan bij mijn club. Dat verdienen clubiconen niet. Daar moeten we zuinig op zijn (cc: Jack de Gier). Want eigenlijk ken ik maar een succesvolle terugkeer, die van Krisztián Vadócz. En die terugkeer was succesvol door het spontane Vadócz-feest in de Burghardt v/d Berghstraat die avond.

 

Op 31 augustus 2011, in een tijd voor grote groepschats, presenteerde NEC de terugkeer van één van de mooiste voetballers die het NEC-shirt ooit had gedragen. En dat shirt droeg hij ook nog in het beste NEC aller tijden, ooit. De groep van 2008. Volgens mij kwam vice-nachtburgemeester Rens aanrennen om het nieuws mee te delen en binnen no-time was de keuken van mijn studentenhuis op een woensdagavond gevuld met uitzinnige mede-supporters. Het was zo’n typische deadline-transfer, de Coop iets verderop in de straat was al gesloten en dus dronken we van vreugde alles wat naar alcohol smaakte. Het ultieme geluk kwam na de ontdekking van een toen al minimaal 10 jaar oude setje van rood-groen-zwarte absinth flesjes. Ries, toch een begenadigd consument van wat alcoholische versnaperingen plaatste vanaf het toilet van de Bascafé nog de legendaRIESche tekst op Facebook: “heeft net ’n raar drankje gedronken, is ’n beetje woozy #zalwelgoedkomen”. Het was nog lang onrustig, zullen we maar zeggen.

 

De enige terugkeer die wat mij betreft geslaagd is, was alleen een succes door het feest wat er aan vooraf ging. Laten we hopen dat het jouw held Edgar beter afgaat komend seizoen.

 



BEKIJK HET OVERIGE NIEUWS