LOG HIER IN MET JE FACEBOOK ACCOUNT

21-03-2019 00:00 UUR Door: Sander Janssen

Bart van Rooij over de weg naar het eerste van NEC


Zijn debuut smaakt naar meer, maar Bart van Rooij wacht geduldig op zijn volgende kans bij NEC. De zeventienjarige verdediger staat te boek als een groot talent uit de Nijmeegse jeugdacademie en klopt steeds meer op de deur bij trainer Jack de Gier. Tijd voor een nadere kennismaking met de jonge rechtsback.

 

De eerste minuten in het Goffertstadion liggen nog vers in het geheugen. Op 22 februari liet trainer Jack de Gier Van Rooij in de slotfase van de thuiswedstrijd tegen Almere City FC invallen voor Guus Joppen. Aangezien het 5-0 stond was de tijd er rijp voor. Dat het maar zeven minuten waren, maakte Van Rooij niks uit. “Het was geweldig. Ik droomde er als kleine jongen al van. Daarvoor ga je op voetbal.”

 

Van Rooij zat daarvoor drie keer eerder bij de wedstrijdselectie. Zijn familie was in het thuisduel met FC Volendam (5-1) al massaal aanwezig. “Want stel dat ik mijn debuut zou maken... Tegen Almere zaten ze er weer. Het was even spannend. De trainer had al twee keer gewisseld. Ole, Niek en ik moesten warmlopen. Toen de trainer mijn naam riep, moest het even doordringen. Prachtig om mee te maken.”

 

Estria

Voor dat debuut werkte Van Rooij ruim acht jaar in de jeugdopleiding van NEC. Daar kwam hij in 2010 als negenjarige speler van Estria terecht. “Iedereen droomt ervan om prof te worden, maar als je bij Estria voetbalt... Daar komen de scouts normaal gesproken niet kijken. Dan moet je soms een beetje geluk hebben.”

 

Dat geluk volgde in de zomer van 2010. “Ik deed met vrienden mee aan een voetbalkamp van vijf dagen. Uiteindelijk won ik met een groep van vijf spelers het kamp en mocht ik een talententraining bij NEC volgen. Dat waren eerst vier trainingsstages, in de volgende ronde nog vier en als laatste drie trainingen. Na dat alles mocht ik bij NEC komen. Ik denk eigenlijk niet dat ik zonder dat kamp gescout was.”

 

 

Academie

Waar het voor Van Rooij bij de E-jeugd vooral ging om plezier, zette hij in een later stadium stappen als speler. “Ik ben in de jeugd steeds meer een moderne back geworden. Je moet leren wanneer het moment is om eroverheen te gaan en mee naar voren te komen. Dat leer je door het te doen. In de C ben ik er meer mee bezig geweest. Ik wilde ook aanvallend belangrijk zijn en niet alleen achterin staan. Ik probeerde steeds meer dat moment te herkennen en nu begrijp ik het goed. Ik bestrijk graag de hele rechterkant. Ik ben gedreven en wil altijd winnen. In de duels kan ik bikkelhard zijn.”

 

Dat zijn ontwikkeling werd opgemerkt, bleek wel in februari 2018. De toen zestienjarige Van Rooij tekende als tweedejaars B-junior zijn eerste profcontract, tot medio 2021. “Dat was een heel mooie beloning. Ik heb me in dat jaar goed ontwikkeld en het Nederlands elftal kwam in beeld. Ik merkte dat de club steeds meer vertrouwen in me kreeg. Er is natuurlijk vertrouwen in alle jeugdspelers. Er lopen daar veel nuchtere jongens rond. Zo ben ik ook. En anders word ik wel gecorrigeerd door mijn ouders. Dat ik mijn debuut maak is natuurlijk geweldig, maar ik wil nog veel meer bereiken.”

 

De eerste minuten in het Goffertstadion kwamen vorige zomer weer een stap dichterbij. Van Rooij won met NEC onder 17 de bekerfinale van Ajax en hoorde twee dagen later dat hij in de voorbereiding zou aansluiten bij de selectie van trainer Jack de Gier. Negen maanden later behoort de rechtsback steeds vaker tot de wedstrijdselectie van de hoofdmacht. “Het is allemaal wel snel gegaan. Het ging goed, maar ik had nooit verwacht dat ik in de voorbereiding met het eerste zou mogen meedoen.”

 

Het eerste

Zo kwam Van Rooij in de zomer terecht in een kleedkamer met routiniers als Rens van Eijden, Joey van den Berg en de inmiddels vertrokken Gino Coutinho. “In de voorbereiding was het misschien nog even wennen, maar nu vinden ze het niet raar als ik in de kleedkamer zit. Ze behandelen me als een normale speler. Dat moet je ook afdwingen. Ik houd me op de training niet in, hoor.”

 

In de staf heeft Van Rooij vooral contact met Adrie Bogers. Of ‘trainer Bogers’, zoals de jongeling hem netjes noemt. “Vorig seizoen keek ik regelmatig beelden met hem terug. Hij was vroeger verdediger en heeft veel ervaring. Dan hadden we het over hoe ik me in verdedigend opzicht moest opstellen of in de een tegen een. Ik ben snel en dwing een aanvaller graag naar de buitenkant. Dan kan ik hem aan die kant aanpakken. Daar heb ik flinke stappen in gezet. De band met trainer Bogers heb ik doorgetrokken naar dit seizoen. Ik spreek hem vaak. Hij kan dollen met je, maar is serieus wanneer het nodig is.”

 

 

Van Rooij ging in januari al met de grote jongens mee op trainingskamp naar het Spaanse Estepona - “een geweldige ervaring” - maar de verdediger maakt zijn minuten vooral bij de onder 19. “Dat is mijn team. Ik speel daar iedere zaterdag. Dat ik soms op de bank zit bij het eerste, daar loop ik niet mee te koop. Ik ben bij O19 gewoon onderdeel van het team. Ik probeer het team te leiden, maar niet met de gedachte dat ik beter ben dan de rest.”

 

School

Van Rooij maakt zich nu op voor een nieuwe interlandperiode met Oranje onder 18. Door dat uitstapje moest hij nog wel iets regelen op school. Het is namelijk proefwerkweek op de SSgN in Nijmegen, waar de verdediger in het eindexamenjaar van het vwo zit. “Ik heb vijf toetsen in die week, maar als ik interlands speel, mis ik er vier. Het komt op school veel aan op zelfdiscipline. Door trainingen mis je veel lessen en het is aan jou om die stof in te halen. Het kost tijd, maar als je het goed bijhoudt, is het te doen.”

 

Ondertussen oriënteert Van Rooij zich al op wat hij volgend schooljaar wil doen, ervan uitgaande dat hij slaagt voor zijn eindexamens. “Het ligt er een beetje aan hoe ik er volgend seizoen voorsta bij NEC. Misschien zit ik vast bij het eerste, dan zit ik te denken aan een tussenjaar om me vol op het voetbal te richten. Anders wil ik beginnen met een universitaire studie. Een deelopleiding, misschien in een economische richting. Er zijn speciale regelingen voor topsporters op de universiteit. Ik hoop natuurlijk profvoetballer te worden, maar je moet daarna ook iets hebben.”

 

Toekomst

Met zijn verre voetbaltoekomst is Van Rooij nog niet zo bezig. “Ik wil eerst hier flink wat wedstrijden spelen. Daarna zie ik wel verder. Ik heb natuurlijk wel dromen, Liverpool bijvoorbeeld. Maar eerst NEC. Alles op zijn tijd. Ik sta pas aan het begin. Pas als ik hier ben uitgeleerd, ben ik toe aan een volgende stap.”

 

 

Foto’s: Rob Koppers



BEKIJK HET OVERIGE NIEUWS