NEC is bezig met een financiering als overbrugging voor de nog te ontvangen transfergelden voor Ferdi Kadioglu. Fenerbahçe weigert de forse som te betalen en dus is algemeen directeur Wilco van Schaik om zich heen gaan kijken naar alternatieven. Daarbij is hij onder andere terechtgekomen bij de Russische zakenman Mikhail Ponomarev. In een uitgebreid interview verklaart hij die zet.

Praat NEC concreet met buitenlandse partijen?
“Dit klopt, daar kan ik duidelijk over zijn. Net zoals met Nederlandse partijen, overigens. Zoals iedereen weet is voetbal een grensoverschrijdende business geworden, niet alleen op transfergebied, maar ook op het gebied van de commercie, marketing en fanbeleving. Er komt veel op ons af. NEC moet zich daar ook op voorbereiden. Vandaar de vele gesprekken in binnen- en buitenland de afgelopen maanden. We hebben deze zomer onder andere met Manchester City gesproken op technisch gebied, dat krijgt een vervolg.  We hebben met Lagardère internationaal naar de sportbusiness- en modellen gekeken buiten voetbal. Ik klank met Robert Eenhoorn en Toon Gerbrands met het oog op de toekomst en ontwikkelingen in de breedte van het voetbal. Ik ben bij Eric Gudde langs gegaan.”

“Een club als KFC Uerdingen kwam via een Nijmeegs contact bij ons in de keuken kijken om te leren hoe wij dingen doen op academie, marketing en commercieel gebied. De eigenaar van die club, wil kijken wat we nog meer met elkaar kunnen doen als clubs. Hij is al een paar keer in Nijmegen geweest. Ook met hem gaan we verder praten. De Duitse markt is erg interessant voor NEC op meerdere gebieden, we scouten er immers ook al. Daarnaast is de heer Ponomarev, één van de mensen met wie we spraken, investeerder van die club. Daardoor krijgen wij weer een kijkje in die business en samenwerking en de financieringsmodellen achter een eigenaar. Ook hebben we zijn succesvolle businesscase gehoord van AFC Bournemouth, de club waar hij eerder in investeerde tot en met de Premier League. Zeer leerzaam en ook daar pakken wij ons voordeel weer uit. Zo hebben we deze zomer vele contacten op gedaan, gesprekken gevoerd en heeft dat nieuwe goede relaties opgeleverd, die ook al per direct wat voor ons betekenen op diverse terreinen. Zeker ook op het gebied van de financieringsmogelijkheden. Want enkele van deze contacten konden ons ook daarin verder helpen. En de heer Ponomarev is er daar eentje van.”

Maar sommige supporters denken misschien meteen: ‘we krijgen een Russische of buitenlandse eigenaar’ als jullie met deze man praten.
“Dat kan niet eens volgens de Nederlandse KNVB-regels, dus dat speelt nu niet. Deze regels zeggen dat iemand niet van twee clubs grootaandeelhouder mag zijn. We hebben al eens eerder met buitenlandse investeerders gesproken. Ik heb toen ook al gehoord ‘een Amerikaan gaat de club overnemen’. Dat heb je, dat zingt zo rond. Zeker bij een club als NEC. Klopt niets van. Er is niets verkocht, de aandelen zitten gewoon nog bij het STAK. Het komt wel vaker voorbij dat partijen met ons willen praten. Als we praten doen we dat niet op hele geheime plekken. Met de mensen van Uerdingen hebben we ook gewoon in het stadion en later in het centrum gezeten. Ja, dan ziet iemand je en heb je gauw een verhaal. Met de andere buitenlandse partij zaten we ook op het stadion. Als je iets wilt verbergen doen je dat toch niet?”

“Er is niets geheims aan. We praten en luisteren. Er zijn veel mensen geïnteresseerd in voetbalclubs. Bij NEC doen we op bepaalde onderdelen dingen toch goed, dat valt op en daar komen mensen ook op af. Dan zetten we onze deur open en luisteren wij. Zoals wijzelf weer naar Manchester City luisteren. Wij hebben altijd gezegd ‘luisteren kan altijd’. En dan leggen we dat terug bij de STAK, de aandeelhouders en de investeerders. Elke stap bespreken we met elkaar. Dus niemand kan hier zomaar een club overnemen of kopen. Maar je moet je ogen niet sluiten voor wat er in de wereld gebeurt en dus als er serieuze mensen interesse hebben, gaan we altijd praten en luisteren naar de ideeën. Dat heeft nog tot niets geleid, maar we weten inmiddels wel wat er speelt en op dat gebied mogelijk is en wat een club als NEC waard kan zijn. Dit maakt eventuele keuzes straks weer beter in te schatten. Altijd koppelen we gesprekken terug aan onze achterban of betrekken we ze erbij.”

Waarom zou iemand de club geld lenen?
“Omdat ze daar een rente voor krijgen. Dat is rendement voor dit soort partijen. Daarnaast hebben we voldoende zekerheden te bieden, zoals de transfersom van Kadioglu, maar ook de gelden voor Groeneveld of Jahanbakhsh. Dat zijn gelden die ons al toebehoren, maar die we pas later krijgen. We geven ook niet alles in onderpand, we moeten ook nog een spaarpotje voor de toekomst overhouden. Door delen daarvan naar voren te halen, kunnen we nu onze business door laten gaan. Gaan wij daarnaast door met herstructureren en scherp zijn op onze uitgaven, dan kunnen we binnen drie jaar zelfstandiger en minder afhankelijk zijn. Dat is mijn opdracht geworden. Dus op basis van de door ons gestelde garanties en voorwaarden wij zijn een interessante en vrij zekere partij om aan uit te lenen. Dit gebeurt bij meerdere clubs in het betaalde voetbal en is geen rocketscience. Daarnaast kunnen die mensen dichter in een betaald voetbalorganisatie komen en meekijken, dat vinden sommige mensen ook heel interessant. Maar het belangrijkste uiteindelijk blijft voor dit soort partijen, rendement maken op hun geld in de sportbusiness.”

Het stadion, hoe belangrijk is dat in dit verhaal?
“Heel belangrijk, doorslaggevend. Als we geen rendabel businessmodel voor het stadion met elkaar kunnen ontwikkelen, is het einde verhaal voor NEC. Iedereen, van gemeente tot supporters, van investeerders tot medewerkers, wil dat de locatie De Goffert blijft. Dus moeten we met elkaar kijken naar de bredere mogelijkheden voor het stadion naast voetbal en sport. Ik heb eerder gezegd: ‘Wij willen er een stadion voor het voetbal, de stad en regio van maken. Een ontmoetingsplek voor sporten, wonen, ontspannen, werken, leren en ontwikkelen’. Meerdere partijen uit het commerciële en maatschappelijke land bieden zich al aan. Als we dat kunnen koppelen, het tot een project maken van en voor iedereen in Nijmegen, dan moet het mogelijk zijn. Ik ga er nog steeds voor, dit is de belangrijkste factor in de toekomst van NEC.”

En dan moet er ook op het veld nog gepresteerd worden?
Ja, want je zou het door deze uitdagingen bijna vergeten, maar we zijn een voetbalclub en hebben daar ook nog een uitdaging. Maar ook daar is het opnieuw beginnen. Ik kan het niet mooier maken dan het is. We zijn met een andere aanpak, een andere visie en met heel veel jong talent begonnen. Dat wordt geen nummer 1- of 2-plek dit seizoen, zelfs geen nummer 5-positie. Ik ga hier niet de verkeerde verwachtingen wekken. Het is zoals het is. Als we de nacompetitie halen doen we het goed en beter dan vorig jaar, met een jonger elftal waar meer waarde voor de toekomst in zit. Dat is ons doel. Het zal een keer mee zitten, maar kan ook tegen vallen, zie de wedstrijd tegen FC Dordrecht. Dat was een slechte wedstrijd, ook dat vinden wij als spelers, staf en begeleiding. Maar dat hoort bij die ontwikkeling waar we nu doorgaan. Dat kan nog wel eens  gebeuren. Ook zullen we trouwens weleens verrassen of een niet verwachte uitslag of prestatie neerzetten.”

“We hebben een talentvolle groep. Het is meer een team dan hiervoor, we maken vele uren op het trainingsveld met een staf waar we voor gekozen hebben. Door de vele uren training en de vele wedstrijden moet deze jonge groep dit seizoen met de week beter kunnen worden. Ze leren van hun fouten, doen ervaring op en dan wordt talent echt beter. Alleen ga je wel een paar keer onderuit in het begin. Dat hoort erbij en kost ook weleens punten. Dat wisten we, daar hebben we voor gekozen, dan moet je nu niet wegkijken als dat ook gaat gebeuren. Het hoort bij dit proces. Dan moet je als club daar dus wel achter blijven staan en ook door de slechte tijden of de mindere uitslagen heen. Al duurt het een heel seizoen, we moeten erdoorheen. Vasthouden aan je visie levert je veel meer op, dan elke keer meer weer ingrijpen of ontslaan. Wat heeft het NEC de laatste tien jaar gebracht, al die ontslagen?”

“Onze blik is op de toekomst. Onze jonge spelers hebben straks veertig wedstrijden in de benen. Met het doorselecteren wat je elke zomer doet, kun je dan stap voor stap een winnend elftal neerzetten. Met minder geld dan we de afgelopen twee seizoenen hebben gebruikt, kunnen we toch binnen nu en drie jaar wel promoveren. Daar ben ik van overtuigd. Op eigen kracht, met de basis van Nijmeegse gasten, met een dito mentaliteit, aangevuld met enkele routiniers die het verschil maken. Ook hier is het vasthouden aan je visie, door alle kritiek heen. En dat is de opdracht voor directie, rvc, STAK en investeerders. Die hebben er namelijk met elkaar voor gekozen. Aanstaande vrijdag Go Ahead Eagles-thuis, gaan we kijken wat ons jonge team dan kan brengen. Ik kijk er toch weer naar uit.”

Foto’s: Rob Koppers