De drie hoofdtrainers van NEC zijn nu ruim een half jaar bezig aan hun gezamenlijke klus bij de Nijmeegse club. Het is ook bijna net zo lang geleden dat ze alle drie aan het woord zijn gekomen in de media. Tijdens het trainingskamp in Spanje sprak ForzaNEC voor het eerst tegelijk met Adrie Bogers, François Gesthuizen en Rogier Meijer om terug te blikken en vooruit te kijken.

Het is niet voor niets zo dat Gesthuizen in juni naar voren werd geschoven als de ‘woordvoerder’ van het driemanschap. Na iedere wedstrijd telkens met een andere trainer praten is niet bepaald praktisch en de 47-jarige oefenmeester uit Millingen aan de Rijn komt prima uit zijn woorden. Het is dan ook al een half jaar duidelijk dat Gesthuizen de man van de media is. Toch waagden we in Spanje de poging om alle drie de trainers te spreken. Ervan uitgaande dat dat verzoek niet zou worden gehonoreerd werden we blij verrast door het bericht dat Bogers, Gesthuizen en Meijer met ons in gesprek wilden.

Van ons plan om het gehele ‘media-uur’ in het luxueuze hotel in Estepona te vullen met dit gesprek komt weinig terecht. Bij aankomst zijn de trainers in overleg en eenmaal klaar beent Gesthuizen eerst naar beneden, richting het zwembad, voor een interview met Jan Sommerdijk van Omroep Gelderland. Hij heeft eigenlijk liever Bogers voor zijn camera, maar op dat verzoek krijgt hij geen instemmend antwoord. Het is óf alle drie óf alleen Gesthuizen en aangezien hij niet met ons idee aan de haal wilde, wordt het dat laatste.

Uiteindelijk spreken we ruim een half uur. We volgen Gesthuizen richting een van de zitgelegenheden in de lobby van het hotel. Daar wachten Bogers en Meijer – duidelijk in een wat melige stemming – ons op. Meteen wordt ook duidelijk dat een interview met drie hoofdtrainers best een puzzel is en dat het af en toe botst tussen de oefenmeesters en de delegatie van ForzaNEC. De zin ‘vraag je dat aan mij?’ klinkt meermaals. Naast Gesthuizen neemt vooral Bogers het woord. Na een achtbaanrit van twee seizoenen zit hij nog altijd in het zadel bij NEC, waar hij binnenkwam als assistent-trainer, na elf dagen gepromoveerd werd tot hoofdtrainer, een half jaar later weer werd teruggezet door de komst van Pepijn Lijnders en na anderhalf jaar als assistent nu weer een van de hoofdtrainers is.

Driemanschap
Bogers en Meijer kenden de driemansconstructie al, want na het ontslag van Jack de Gier namen zij het samen met Ron de Groot over. De zoektocht naar de indirecte opvolger van De Gier verliep in de zomer uiterst moeizaam. "Er is met trainers gepraat om te kijken of zij in het plaatje pasten dat NEC voor ogen heeft en allerlei opties zijn afgevallen", vertelt Bogers. "De club kwam toen met het idee om opnieuw een driemanschap te formeren. Ik zat al bij het eerste en Rogier was erbij gekomen, François zat bij de jeugd. Met dat idee zijn ze naar ons gekomen."


Een dag na het gesprek schieten we Gesthuizen nog eens aan om kort terug te blikken op het trainingskamp in Spanje, dat korter was dan vorig jaar én minder sterke tegenstanders in de oefenduels kende. De reserves van NEC hebben net VVSB verslagen, terwijl de beoogde basiself eerder op die dag won van Lincoln Red Imps uit Gibraltar. "Wij wilden per se op zondag spelen. Op zaterdag spelen tegen De Graafschap ging ten koste van de trainingen voor die wedstrijd en maandag is hier een nationale feestdag, dus dat was ook moeilijk. We kwamen bij Lincoln Red Imps uit, dat nog in de voorronde van de Europa League heeft gespeeld. Voor deze eerste wedstrijd was dat een prima tegenstander."

Rest de vraag of zo’n trainingskamp niet ook gewoon in Nederland gehouden had kunnen worden. Het is een traditie dat NEC tijdens de winterstop de tenten opslaat in het zonnige buitenland, maar met een aantal échte trainingen dat op één hand te tellen is en oefenduels tegen clubs die NEC slechts een beetje weerstand bieden, is het logisch om je af te vragen of de selectie er echt iets aan heeft om helemaal naar Spanje te reizen. Ook aan de reis gaat weer tijd verloren.

"Je hoort mij ook niet zeggen dat dit niet in Nederland kan", vervolgt Gesthuizen. "De trainingsvelden bij NEC zijn wel een dingetje. Ze zijn matig en dat heeft ook te maken met de financiële beperkingen. De grasmeesters hebben er daardoor weinig aan kunnen doen in de zomer. Dat merk je, we hebben er last van. We trainen om die reden best vaak op kunstgras. Als je serieus wil zijn, moet je meer op gras kunnen trainen. Dat is hier beter. In het verleden was het zo dat je naar Spanje ging omdat de winters in Nederland streng waren. Dat is nu niet, maar er zit ook een stukje historie bij. De Club van 19 bekostigt deze reis, het kost NEC niks. Als zij dat aanbieden, zeggen wij geen nee. We zitten hier continu bij elkaar en kunnen makkelijker gesprekken voeren, maar dat kan ook in Nederland."