Miljoenen, misschien zelfs miljarden jongetjes dromen van datgene wat jullie voor elkaar hebben geschopt: profvoetballer worden. De meeste dromen hiervan tegen beter weten in, want om het profvoetbal te halen zijn drie dingen van levensbelang: een klein beetje geluk, een gezonde dosis talent en vooral hard werken. Jullie scoren in ieder geval een voldoende, anders waren jullie niet de trotse bezitters van een rood-groen-zwart tricot. Maar hoe scoren jullie tegen deze meetlat?

Geluk. In de optiek van supporters die dit jaar de bus of auto instapten naar Dordrecht, Amsterdam, Eindhoven, Leeuwarden, Maastricht, Almere, Oss, IJmuiden of Den Bosch zijn jullie de gelukkigste mensen op aarde. Betaald krijgen om voor de mooiste club ter wereld tegen een balletje te trappen. Daarnaast zijn jullie tot nu toe allebei gevrijwaard gebleven van carrièrebedreigende blessures en hebben jullie met Hyballa, De Groot, Bogers en Lijnders onder trainers gewerkt die alle vertrouwen hadden in jullie kwaliteit.

Talent. Smaakmakers bij Jong Oranje en Oranje o19. Beslissend geweest in de Eredivisie met goals en assists. Verantwoordelijk voor 24 goals en 23 assists in een jaartje Jupiler League. Nationale commentatoren die jullie acties benoemen als Neymariaans in de kritische, vaderlandse media. Een dozijn gele kaarten bij backs en controleurs die alleen nog maar de noodrem kunnen hanteren. Talloze oeh’s en ah’s als weer een tegenstander op zijn achterste eindigde. Unieke stadionsongs waar jullie namen zo lekker op klinken. Dominante dribbels, perfecte panna’s en stijlvolle steekpasses.

Arbeid. Jullie zijn de sierpaardjes, de spelers die kunnen excelleren doordat anderen zich het snot voor de ogen lopen. En natuurlijk kunnen we kijken naar verschillende excuses: het gebrek aan hiërarchie in de selectie, het gebrek aan een spits die er 25 inknalt, het gebrek aan een tactiek die past bij deze selectie, het gebrek aan een heel jaar met dezelfde trainer. Maar ondanks dat jullie de meest talentvolle ‘10’ en de gevaarlijkste aanvaller van de competitie zijn en er om jullie heen spelers staan met jaren Eredivisie-ervaring, is NEC nog geen kampioen. Op dit soort momenten denk ik altijd aan een quote van Kevin Durant. “Hard work beats talent, when talent fails to work hard”. Makkelijk praten met een jaarsalaris wat wij met zijn drieën de komende 10 jaar niet bij elkaar harken, maar hij riep het al bij zijn draft voor de NBA en roept het nog steeds.

Beste Arnaut, Lieve Ferdi. Jullie voetballen wekelijks (en in de komende 15 dagen) tegen jongens die qua talent jullie schoenen niet mogen strikken. Bij vlagen leken jullie afgelopen jaar op Ferrari’s die raceten tegen een lelijk eendje op drie wielen. Toch ontbrak het de laatste weken aan dat kleine extraatje. Net wat meer focus, concentratie en arbeid om ook te laten zien dat die backs en controleurs niet bijzonder zijn. Jongens, neem NEC nog vier potjes bij de hand. Laat zien dat jullie de Eredivisie waard zijn. Laat zien als talenten even hard werken als hun tegenstander, dat iedereen bang moet zijn voor Arnaut Groeneveld en Ferdi Kadioglu.